Rik 20 januari 1968

Het was op een gemiddelde januari dag in 1968, volgens het KNMI een droge zwaar bewolkte dag met een gemiddelde dagtemperatuur van 5° Celsius. Op zich niet bijzonders, ware het niet dat er op de 20e dag van die zelfde maand zich een nieuwe wereldburger zich aandiende. Het jonge gezin op Schiermonikoog werd verblijdt met alweer een zoon! Hendrik Johannes roepnaam Rik.
Zelf heb van deze tijd weinig dingen op het netvlies staan, volgens de overleveringen uit doorgaans betrouwbare bron, werden Sjon en Rik in de drukke zomermaanden liefdevol verzorgd door “Liesje” het zusje van mama uit Uithuizen. Van de uitjes naar de Berkenplas moet nog een ansichtkaart bestaan met daarop twee poedelnaakte jongetjes, hier zijn wij Lies nog steeds dankbaar…… Ik schijn ook ooit eens aan de aandacht van mama te zijn ontsnapt en was op weg met mijn driewieler naar de watertoren om daar van het duin af te rijden. Maar zoals dat gaat in een kleine gemeenschap zijn er altijd oplettende eilanders die Rikkie keurig thuis afgeleverd hebben.
Daarna volgde de verhuizing naar Dokkum, Pa had een betrekking aanvaard bij scholengemeenschap “Oostergo” als leraar Nederlands. Mijn meest bijzondere herrineringen bestaan uit het korfbal Kampioenschap met de jeugd van de Granaet. Ook heb ik mij oude hobby weer opgepakt het weglopen van de kleuterschool. Op de zondag waren er uitstapjes in de Ford Taunus stationcar, toen gingen op zondagmiddag voor de lol een stukje rijden tegenwoordig laat je dat wel uit je hoofd. We reden dan door allerlei kleine dorpjes, en op een gegeven moment zijn wij in Hallum in een oude pastorie terecht gekomen.
In Hallum op de Hegebuorren kregen wij alle vier, Arjen en Marco waren ons ook komen verstreken, een eigen kamer. Oom Wim heeft onze zolderkamers keurig omgebouwd tot volwaardige jongenskamers.
In de lagere schooltijd in Hallum moeten wij als Nederlands Hervormd gezin opboksen tegen een Gereformeerde meerderheid, op zondag mocht er niet gefietst worden, terwijl de “de Haantjes” gewoon naar het zwembad gingen. Tot overmaat van ramp besloot de kerkraad een homofiele dominee te beroepen, ook hier hebben wij ons keurig doorheen geslagen.
In Hallum begon Ad naast zijn schoolwerk zich te roeren in de boekenwereld, er werden diverse boeken in eigenbeheer uitgegeven met als hoofdonderwerp de eilanden en de waddenzee. Ook was het button tijd, iedereen liep met deze dingen op, Ad kocht een machine en de twee oudste jongens gingen hiermee aan de slag, zo hebben wij een leuke zakcent bijverdiend. Ook herinner ik mij in de herfstvakantie een reisje naar Engeland, hier werden inkopen gedaan voor de button industrie, of er ooit invoerrechte afgedragen zijn kan ik mij niet meer heugen, bij de douane was Ad C in ieder geval niet geheel vrij van stress.
Voetbal en sport in het algemeen speelde tijdens onze jeugd altijd een grote rol, twee keer in de week trainen en zaterdag een wedstrijd, stapels wasgoed van de vier jongens waren voor er mamma. Tijdens de wintermaanden kwam er plots een imposante tafeltennis tafel in de achterkamer te staan, hier werden onderlinge wedstrijden “best of 5” uit gevochten en allemaal in een wedstrijd boek bijgehouden. In weer in wind op de fiets naar de Tjerk Wallis Mavo in Leeuwarden, dit was maar liefst 15 kilometer, op de nieuwe fietsen was dit geen enkel probleem! In de vakanties werken bij boer Jopie op het land, met Sjon op stage mee naar Henk en Thea op het franse platteland.
Uiteindelijk ben ik toch niet op de landbouwschool terecht gekomen maar kreeg het onzalige idee om iets van de wereld te willen zien, de marine leek mij een mooie manier. Dit werd mij echter uit het hoofd gepraat door Pa, die wist mij te overtuigen dat een echte opleiding toch beter is voor je ontwikkeling, waarvoor mijn dank!! Ik ging dus naar Delfzijl, op het internaat bij officier Blauw en zijn bootsmannen. Op zich een verstandige keuze voor mij, maar na 1 jaar had ik het wel gezien met dat officiële geregelde gedoe. Er ging zelfstandig gewoond worden in de zusterflat van verpleeghuis Solwerd in Appigedam. Op zondag op de trein gezet worden met een tas vol diepvries eten van mama, helaas werden de gehaktballen gedeeld met de huisgenoten. De eerste zeereis werd gemaakt op de boot van “oom Ben” op 1e kerstdag 1988 werd Harlingen aangelopen, het schip kwam om 07.00 voor de kade en werd binnengehaald door bijna de hele familie de Haan. Daarna volgde de verhuizing naar Dokkum helaas zat ik gedurende die roerige tijd weer aan boord van een schip. Voor mij een gedenkwaardig kerstfeest evenals voor Pa en Ma. Jaren later kwam ik met een Wagenborg schip in Delfzijl, daar werd Karin voor het eerst in levende voorgesteld, weer een verassing op de zilte wateren. Als eerste van de vier zonen in het huwelijk getreden, en wel met Karin. Het varen is daarna nog enkele jaren voortgezet. Ons samenzijn is in 1999 bezegeld met de geboorte van een zoon,
Sven.
